De Revolutie in Kiel en Wilhelmshaven 1917 – 1919

(1)


Na de slag in het Skagerrak (Battle of Jutland) op 31 mei 1916, waarvoor zowel Duitsland als Engeland de overwinning opeisten, kwam de Duitse oorlogsvloot nauwelijks nog in actie. De vloot lag  werkeloos in de  havens van Kiel en Wilhelmshaven. Desondanks  heersten er oorlogsomstandigheden aan boord en de diensten moesten derhalve onder een oorlogsregime worden uitgevoerd. De stokers moesten ervoor zorgen dat de ketels op stoom bleven en de exercities en het drillen gingen gewoon door. 

kw02.JPG (53215 bytes)

The battle of Jutland
May 31, 1916

kw01.JPG (37742 bytes)

Zur siegreichen Seeschlacht am Skagerrak
am 31. Mai 1916

De officieren, voor wie een "mens" pas begon bij de rang van luitenant, wisten feitelijk met hun tijd geen raad. Zij hoorden aan het front te vechten voor hun vaderland en niet stil te liggen in een thuishaven. Hun ergernis over deze situatie reageerden zij af op de bemanning! Samen met de slechte voedselvoorziening en de spartaanse wijze waarop de bemanning aan boord was gehuisvest, leidde dit al in de zomer van 1917 tot verschillende vormen van muiterij. Een aantal "socialistische oproerkraaiers" werd gevangen genomen op 2 augustus 1917. Door de krijgsraad van het 4e eskader werden zware tuchthuisstraffen opgelegd. Vijf matrozen werden ter dood veroordeeld op 26 augustus 1917. Drie van hen kregen gratie. De doodstraf werd alleen voltrokken aan:

              1.  Matroos 1e klas Max Reichpietsch, 23 jaar, van het schip "Friedrich der Grosse"
       2.  Stoker Albin Köbis van het schip "Prinzregent Luitpold"

kw05.JPG (43694 bytes)

kw06.JPG (60108 bytes)

kw04.JPG (50761 bytes)

                 S.M.S. " Friedrich der Grosse"

Max Reichpietsch & Albin Köbis

 S.M.S. " Prinzregent Luitpold"


Beiden werden op 5 september 1917 in Wahn bij Keulen geëxecuteerd.

Hierdoor scheen de rust te zijn hersteld. Maar er was maar weinig veranderd! Maatregelen die tot verbetering van de situatie hadden kunnen en moeten leiden, werden slechts ten dele of helemaal niet doorgevoerd. En zo "broedde" het ondergronds verder. Uiteindelijk leidden deze onlustgevoelens tot een nieuwe uitbraak eind oktober 1918.
Een operatiebevel van 24 oktober 1918 gaf de oorlogsvloot opdracht om zich te verzamelen op de rede van Wilhelmshaven op 29 oktober. Er was een groots opgezette aanval gepland op de kust van Vlaanderen teneinde het daar vechtende Duitse Westleger te ontlasten en de Britse vloot uit haar schuilplaats te lokken. Op 30 oktober moest de vloot gereed zijn voor vertrek.

De morrende bemanningsleden zagen dit bevel als een "zelfmoordopdracht" en reeds op 27 oktober kwamen de eerste aanwijzingen voor de wat later uitbrekende onlusten. Een deel van de bemanning van de in de haven liggende kruisers "Derfflinger", "von der Tann" en "Strassburg" keerde niet terug aan boord en op een aantal schepen waaronder de "Thüringen" werden de bevelen niet meer opgevolgd!

kw07.JPG (43407 bytes)

       Stokers in de 
       machinekamer


kw08.JPG (20916 bytes)

Admiraal Hipper

De stokers doofden de vuren en de officieren werden ontwapend en gevangengezet.
Er deden hoe langer hoe meer geruchten de ronde dat de vloot tijdens de geplande aanval in een "laatste grootse slag" opgeofferd moest worden. Op grond van de alarmerende berichten werd de onderneming door Admiraal Hipper, bevelhebber van de vloot, afgeblazen en de individuele eskaders werden naar verschillende havens gedirigeerd. De commandant van het 1e eskader, Vice Admiraal Boedicker had inmiddels opdracht gekregen iedere vorm van muiterij in de kiem te smoren. Middelpunt van alle onrust waren de slagschepen "Thüringen" en "Helgoland".

Op 1 november 1918 werd een detachement mariniers ingescheept op schepen van het 4e Torpedoboot flottielje. Deze schepen enterden de "Thuringen". Binnen schootsafstand lag de onderzeeboot U 135 klaar om in te grijpen. De muiters gaven op. Van de "Thüringen" werden 350 en van de "Helgoland" 150 bemanningsleden afgevoerd en in Wilhelmshaven/Rüstringen gevangengezet.

kw09.JPG (29045 bytes)

Anfang der Revolution


Vooralsnog scheen deze affaire hiermede te zijn opgelost. De vloot wordt verdeeld over de diverse havens. Het 3e eskader met 5.000 bemanningsleden loopt in de nacht van 31 oktober op 1 november 1918 binnen in zijn thuishaven Kiel. De gearresteerde matrozen worden aan land gebracht.




Free counter and web stats

Home

Site Map